Gwendo schrijft

1. Moed, omdat het moet (november 2009)

De Europese Commissie geeft groen licht voor de begroting 2010 en dat is een opsteker.

Maar voor 2011 en 2012 is de conclusie anders. In het licht van de ontsporende staatsschuld (101% in 2010 en 104%) en de daarmee samenhangende rentesneeuwbal, wil een geloofwaardig beleid voeren zeggen dat we het tekort tegen 2012 onder de 3%-norm moeten brengen. Dat is één jaar eerder dan gepland.

Europa wijst ook op noodzakelijke structurele hervormingen in de sociale zekerheid en op de arbeidsmarkt, bijvoorbeeld in het kader van de vergrijzing. De activiteitsgraad moet omhoog – ook van ouderen. We laten nog te veel mensen die kunnen bijdragen aan de kant staan. De concurrentie in de gas- en elektriciteitsmarkt moet bovendien scherper en beter.

Die analyse veeg je niet zomaar van tafel omdat je ‘geen zin hebt om te versnellen’.

Je neemt ze best ernstig en gebruikt ze als hefboom om hervormingen op gang te brengen.

Ik ben oud genoeg om me herinneren dat Jean-Luc Dehaene en zijn toenmalige minister van Begroting aan een Europees keurslijf voldoende hadden om de weg te tonen.

En ik ben jong genoeg om ook vandaag zo een strikt begrotingsbeleid te vragen – op alle beleidsniveaus.

De inzet voor de komende jaren is gekend: hoe maken we de openbare financiën gezond? Hoe houden we de pensioenen betaalbaar? Hoe hervormen we onze sociale zekerheid?

Waarom zouden we tot in 2011 wachten om dat debat aan te gaan?

Niemand vraagt mirakels tegen morgen. Niemand gaat ervan uit dat deze discussie gemakkelijk is. Niemand zegt ook dat dat alleen een taak is van de regering. Als we allemaal grijzer willen worden, moeten we ook allemaal mee naar oplossingen zoeken.

Het is onze plicht om uit het moeras te geraken. Om de arbeidsmarkt te hervormen, zodat onze mensen er staan op het moment dat de economie opnieuw aantrekt. Om de energiemarkt open te breken, zodat door concurrentie de prijzen omlaag kunnen. Om het ‘zachte’ afvoerbeleid van 55plussers stop te zetten en oude mensen – actieven en niet-actieven – een waardige rol te geven in onze samenleving.

We verliezen welvaart.
Het is nog niet te laat, maar wel hoog tijd.
Dan heb je geen haiku’s nodig. Of Teflon.
Dan komt het aan op moed. Omdat het moet.
Van Europa. Voor mijn generatie.

Gwendolyn.

 

2. Diversiteit is een mentaliteit (oktober 2009)

Marike Stellinga heeft een gevoelige snaar geraakt. Met haar boek 'De mythe van het glazen plafond' doorprikt ze naar eigen zeggen het anti- mannelijk discours van het feminisme uit de jaren '70. Het mag gezegd : Marike is eloquent en vurig in haar betoog. Na een debat dat al jaren verder kabbelt op dezelfde toon, klinkt haar stem bijzonder verfrissend.

In Nederland werkt een overgrote meerderheid van de vrouwen deeltijds.
Niet omdat ze door een glazen plafond geremd worden, maar omdat ze dat zo willen, aldus Stellinga. Haar stelling luidt dat vrouwen niet dezelfde ambitie hebben als mannen. Dat gelijke kansen niet noodzakelijk leiden tot gelijke levens. Vrouwen kunnen vandaag in alle
vrijheid beslissen hoe en welk leven ze willen leiden. Als ze met
andere woorden niet professioneel de top bereiken, dan is dat niet omdat ze niet kunnen maar omdat ze niet willen.

Stellinga durft hardop te zeggen wat velen denken. Als je de top wilt bereiken, moet je dat verdienen en niet cadeau krijgen. Harde quota's voor topfuncties zijn uit den boze. Je moet ervoor werken en dat betekent dat je keuzes maakt in plaats van het allemààl te willen.
Supervrouwen bestaan niet. Niemand is topmoeder, topmamanger, topkok, topmodel en beste vriendin tegelijk. Als je een professionele carrière wil maken, dan moet je er iets voor over hebben. Fulltime werken bijvoorbeeld. Niet bang zijn van overuren en netwerken ook.

Stellinga heeft ook gelijk wanneer ze zegt dat niemand een waarde- oordeel te vellen heeft over vrouwen die niet voluit voor hun beroep gaan. Moeder zijn, voor je gezin zorgen en ervoor kiezen om thuis te blijven is niet minderwaardig. Het is een keuze, waarvoor je de verantwoordelijkheid neemt. En die is in het geval van moeders of vaders allerminst te onderschatten.

Een frisse wind in het debat dus. Met enkele rake opmerkingen. Maar dat neemt niet weg dat het discours van Marika Stellinga ten gronde fout zit. Ze misbruikt het begrip 'vrijheid' om te veralgemenen en doet alsof er helemaal geen problemen meer zijn. Geen van beide is correct.

Veralgemenen is nooit goed. Het is niet omdat er enkele vrouwen aan de top staan, dat er geen obstakels zijn op weg daar naartoe. Het is ook niet omdat er sommige vrouwen op eigen kracht zijn geraakt, dat al die andere vrouwen dat aan zichzelf te wijten hebben als hen dat niet lukt. En het is zeker niet omdat de meeste vrouwen niet aan de top staan, dat de meeste vrouwen dat gewoon niet willen.

De misleiding zit in het feit dat je je carrière nu eenmaal niet volledig in eigen hand hebt. Bij elke sollicitatie, bij elk selectieproces, bij elke plaats waar mensen samenwerken, spelen menselijke gedragingen en reflexen een rol. Het gaat om beoordelingen van mensen door mensen en daarbij speelt altijd een zekere subjectiviteit. Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat mensen vaak kiezen naar beeld en gelijkenis. Dat ze - onbewust - meer geneigd zijn om positief te oordelen over mensen die op hen lijken. Zo lang er dus onvoldoende kritische massa 'vrouwen' aan de top aanwezig is, bestaat er wel degelijk een glazen plafond. Niet als een 'complot' om vrouwen buiten te houden, wel als een klaarblijkelijk onbewuste reflex om 'soortgelijken' te kiezen of te bevorderen.

Slimme bedrijven weten ondertussen dat diversiteit loont. Wie met zijn bedrijf een afspiegeling is van de samenleving, boekt meer succes.
Voelt beter de pols en speelt beter in op tendensen met goede bedrijfsresultaten tot gevolg. Steeds meer multinationals -maar ook kleine bedrijven - voeren daarom een genderbeleid. Niet omdat ze moeten. Maar omdat het goed is voor hun zaak.

Zeggen dat 'vrouwen misschien gewoon niet willen' is van een zelfde niveau als zeggen dat je hakken draagt om op te vallen of een rok om te verleiden. Het is gewoon onzin. Uit cijfers blijkt dat vrouwen het tijdens de opleiding beter doen. Steeds meer vrouwen doen hogere studies en studeren af met - over het algemeen - betere resulaten dan mannen. Pas na een paar jaar arbeidsmarkt loopt het fout. Waar ligt dat aan? De hormonen? Verdwijnt de goesting van een vrouwelijke ingenieur om de top te bereiken zodra ze een kind op de wereld zet? De realiteit is veel complexer. Vaak is het een combinatie van arbeidsrechtelijke obstakels, van organisatie, van moeilijkheden om zorg en werk te combineren, van ontmoedigende ervaringen ook. En van sociale druk. Zelfs de vrijgevochten carrièrevrouw die op de Nederlandse televisie Stellinga gelijk kwam geven en vertelde hoe ze het allemaal op eigen kracht voor elkaar gekregen had, vond het nodig om te benadrukken dat haar kinderen nooit meer dan drie dagen per week in de crèche hadden vertoefd. Want ze wilde niet voor slechte moeder versleten worden. Tja. En dan maar roepen dat het allemaal een kwestie van vrijheid is.

Een goed debat begint met het erkennen van problemen. Dus - let's cut the crap - ja, er bestaat een glazen plafond.
Een goed debat gaat geen taboe uit de weg. Dus ja, je bereikt alleen de top door hard te werken.
Een goed debat blijft weg van waarde-oordelen en veralgemeningen. Dus neen, carrièrevrouwen zijn geen betere vrouwen dan thuiswerkende moeders. En thuiswerkende moeders houden niet meer van hun kinderen dan carrièrevrouwen.
En een goed debat zoekt naar oplossingen die werken. Dat kan door als overheid het voorbeeld te geven. Door te informeren en de nadruk te leggen op een divers recruteringsbeleid. Door rolmodellen naar voor te schuiven. Door constant aandacht te geven aan de combinatie tussen werk en zorg.

Diversiteit is een mentaliteit. En die verander je niet in een-twee- drie. Er is nog een lange weg te gaan. Sneller lopen dan we kunnen gaan door onrealistische quota in te voeren helpt daarom niet. Maar ook door provocatief de problemen te ontkennen bewijs je de samenleving geen dienst. Door als zelfbewuste jonge vrouw te poneren dat het gewoon een kwestie van 'willen' is, zet je een stevige rem op de erg traag lopende inhaalbeweging die vrouwen te maken hebben.
Moderne vrouwen (en mannen) verdienen beter.

Gwendolyn.

 

3. Politiek nieuwe stijl (oktober 2009)

Ik heb het artikel een paar keer moeten herlezen voor ik het geloofde, maar volgens William Taylor van de Harvard Business Review is Apple-baas Steve Jobs als manager volledig uit de tijd – en draait zijn winkel eerder ondanks, dan dankzij hem. Hijzelf leidt aan wat Taylor de Great Man Theory of Leadership noemt, waarbij de alwetende en almachtige leider alleen bovenaan de managementpiramide staat: ‘Als visionair verdient Steve Jobs misschien een A, voor het examen van bedrijfsleider slaagt hij zeker niet’.Zo'n model is niet vol te houden in een moderne economie. Niemand is in zijn eentje slimmer dan al de rest tesamen. Ook niet in de politiek trouwens . Als je onze politieke bedrijfscultuur tegen het licht houdt, kom je tot dezelfde conclusies. Op momenten waarop de wereld verandert of de Leider andere interesses heeft, gaat het hele bedrijf ten onder.

Andere leider - ander leiderschap
In de schaduw van grote leiders is het bijzonder moeilijk groeien. Ook in de Vlaamse politiek zijn de voorbeelden legio. Partijvoorzitters zijn mede daardoor meelijwekkend geworden, stelde een redacteur van deze krant afgelopen zaterdag vast, pestleiders zelfs. En geen zinnig mens die de job nog wilt.

Ik heb geen behoefte aan medelijden. Ik kies bewust voor het voorzitterschap omdat je niet alleen aan politiek doet als alles gemakkelijk gaat of vanzelfsprekend is, integendeel.

Natuurlijk zal het niet gemakkelijk zijn. De job van partijvoorzitter is op dit moment niet los te zien van de algemene politieke malaise waarin dit land al twee jaar verkeert. Maar ook hier is gelatenheid niet op zijn plaats. Alle politieke partijen hebben die machteloosheid immers mee veroorzaakt. Het besef dat het anders kan en moet, is een eerste stap. Niet door revolutie maar door evolutie. In mijn partij zie ik de interne voorzittersverkiezingen hiervoor als een kantelmoment.

Een nieuwe leider moet een nieuwe aanpak belichamen. Een aanpak die teruggaat naar de essentie van de politieke stiel. Parlementsleden moeten de kiezer vertegenwoordigen en zijn meer dan stemmachines. Ministers spelen geen tactische spelletjes maar besturen het land.

En partijvoorzitters, die moeten hun ploeg aansturen. Inhoudelijk én organisatorisch. Een partij die streeft naar een efficiënte staat, moet eerst tonen dat ze zelf efficiënt kan functioneren. Een partij die de kloof met de burger wil dichten, moet ook de kloof met haar eigen basis overbruggen. We hebben daarom structuren nodig en een modern management. We moeten ook opnieuw de hand reiken naar andere (liberale) expertise in de samenleving.

Inhoudelijk is de tijd van grote verhalen voorbij, maar er is wel plaats voor een realistisch liberaal offensief. Over kerntaken. Wat is precies het nut van het provinciale niveau? Of wat heeft de staat bijvoorbeeld te zoeken in een uitzendkantoor als T-interim? Over fiscaliteit als middel om uit de crisis te geraken. De vraag naar eigen fiscale bevoegdheden voor bedrijven is terecht, maar wat heeft het voor zin daar de werking van het land voor te blokkeren als we bijvoorbeeld de moeizaam verworven fiscale bevoegdheden in de personenbelasting in Vlaanderen niet eens benutten?Over waardig ouder worden ook. Naast een grondige oefening over de toekomst van ons pensioenstelsel leveren discussies over het bijverdienen door gepensioneerden toch alleen maar winnaars op? Over thema’s die het leven van mensen raken zoals kinderopvang en ouderenzorg. Waarom laten we ons in een hoekje drummen in de discussie over welzijn? Waarom is ‘privaat’ een scheldwoord in de zorg? Neem morgen alle private initiatieven in kinderopvang of ouderenzorg weg en dit land verkeert in totale chaos. Dan staat in één klap iederéén op een wachtlijst?

Krunk in de kabel

Uiteraard bestaan er geen mirakeloplossingen en komt Sinterklaas niet langs bij Open Vld op 6 december. De malaise zit diep en er is veel werk aan de winkel. Het vertrek van Patrik Vankrunkelsven uit de politiek is in dat opzicht tekenend.

Begrijp me niet verkeerd: er is niemand die senator Vankrunkelsven kon overhalen zich thuis te voelen in de VLD. Daar is hij te eigengereid voor en staat hij te ver af van de liberale mainstream.

Maar anderzijds moet een partij wel omkunnen met dwarsliggers die handelen op basis van dossierkennis. Maar soms speelt niet alleen de kracht van het gelijk hebben. Zeker in een groepsgebeuren als politiek telt ook de regel dat je anderen moet trachten te overtuigen om gelijk te krijgen.

Wat ik leer uit het vertrek van Van Krunkelsvens is de nood aan een heldere liberale lijn, een talentenbeleid en meer checks and balances tussen leden, afdelingen, fracties, partij en regeringen. Het einde van Patrik bij de VLD had misschien nooit een begin moeten zijn, maar het zou ons sieren als we er alvast de juiste conclusies uit trekken.

Gwendolyn.

 

4. Laat duizend rimpels groeien
De Standaard - dinsdag 17 maart 2009

Het investeringsfonds voor de commerciële ouderenzorgsector zal geen subsidies geven om privérusthuizen op te richten, maar wel leningen verstrekken, preciseert GWENDOLYN RUTTEN. Ze corrigeert daarmee Marc De Vos (DS 13 maart).

Elke morgen lees ik met genoegen de opiniepagina's. Ik noem het mijn voetbaltribune-moment. Ook daar gaan supporters - zowel de meest fervente kenners als de gewone ontspanningszoekers - uitgebreid in op het doen en laten van spelers en trainers. Vaak hoor je houtsnijdende analyses en een flinke portie gezond verstand. Maar soms kletsen ze uit hun nek.

Vrijdag in deze krant was Marc De Vos de tribunespeler van dienst. Zijn visie over rusthuizen was raak. De vergrijzing is een feit. De daarmee samengaande zorgbehoeften zijn ongezien. Over de uitdaging geen betwisting. Maar wèl over de oplossingen, aldus De Vos. Want uiteraard hadden 'onze Vlaamse politici' recepten 'uit hun hoed getoverd' die nergens op lijken. Wat Open VLD betreft hekelde hij het voorstel om de commerciële 'rusthuizen' zuurstof te geven.

Een wederwoord is op zijn plaats. Omdat liberale politici niet toveren maar doorgaans doordachte en efficiënte voorstellen op tafel leggen. Maar meer nog omdat De Vos een volkomen foutieve voorstelling geeft van het voorstel in kwestie.

Waarover gaat het? Open VLD pleit voor de oprichting van een investeringsfonds voor de commerciële ouderenzorg. Noem het een 'rimpelfonds' als u wilt. Dat fonds moet ervoor zorgen dat de commerciële initiatiefnemers kansen krijgen om voorzieningen voor senioren op te richten. De commerciële sector denkt daarbij helemaal niet aan rustoorden-oude-stijl. Integendeel. Het gaat om nieuwe concepten, serviceflats, clusterwoningen of meegroeiwoningen die een steeds ruimer wordende groep klanten aantrekken. Technologie en innovatie staan daarbij centraal.

Commerciële initiatieven in de ouderenzorg zijn absoluut noodzakelijk omdat ze zorgen voor een aanbod dat beantwoordt aan een steeds groter en divers wordende vraag. Toch hebben de commerciële spelers het niet gemakkelijk. De voornaamste reden is de financiële crisis. Die maakt dat banken minder risico's nemen. Ze willen meer zekerheid, zeg maar. De voorkeur gaat daarom uit naar initiatieven die kunnen genieten van volledige overheidswaarborgen, of die kunnen rekenen op 'veilige' overheidssteun (subsidies). De commerciële spelers kunnen dat niet en zijn dus de dupe. Als ze toch aan financiering geraken, is die - ondanks de lage rentevoeten - vaak duur en sterk geconditioneerd. Zo vragen banken vandaag bijvoorbeeld een eigen vermogen van 25 in plaats van 15 procent. Door de verschillende beleidsinitiatieven die de Vlaamse overheid genomen heeft voor de niet-commerciële rusthuissector - die zich in tegenstelling tot de commerciële spelers volledig kan beroepen op Vlaamse subsidies - is het zogenaamde gelijke speelveld helemaal scheefgetrokken.

Dat kan niet de bedoeling zijn. We hebben méér voorzieningen nodig, in allerlei moderne en consumentvriendelijke vormen, aangepast aan de verschillende noden van steeds meer ouder wordende mensen. Viceminister-president Dirk Van Mechelen (Open VLD) heeft daarom gezocht naar een hefboom om de commerciële initiatieven opnieuw faire kansen te geven. Die heeft hij gevonden in het zorgfonds. In het Vlaamse zorgfonds zit ongeveer een miljard euro aan financiële reserves, opgebouwd in het kader van de zorgverzekering. Het geld van dat fonds wordt uiteraard voorzichtig belegd. Het voorstel-Van Mechelen houdt in dat een deel van dat geld - dat nu vaak op termijnrekeningen staat - in een investeringsfonds voor de commerciële zorgsector wordt ingebracht. Op die manier ontstaat een win-winsituatie. Het geld van het zorgfonds wordt verstandig belegd in oplossingen voor de vergrijzing. En commerciële spelers in de ouderenzorg kunnen zich wenden tot het fonds om een deel van de financiering van hun projecten te krijgen. Het rimpelfonds zal dus leningen verstrekken en géén subsidies geven, zoals De Vos veronderstelt. Daar vragen die commerciële spelers ook niet om. Het is ook niet de bedoeling om het volledige investeringsbedrag te lenen. Wel om een percentage, bijvoorbeeld 20procent, te financieren. Samen met een eigen inbreng van ongeveer 10procent van het kapitaal wordt het op die manier opnieuw doenbaar voor banken om aan interessante voorwaarden de rest van de financiering te voorzien. We willen eveneens de bestaande waarborgregeling voor commerciële initiatieven aanpassen. Die werkt vandaag niet en moet dus aangepast worden.

Open VLD legt met voorstellen zoals het 'rimpelfonds' en de aanpassing van de waarborgregeling zeer duidelijke liberale accenten: vrij initiatief, leningen in plaats van subsidies, goede beleggingen en investeringsmaatregelen die de vergrijzing voorbereiden. Wij kiezen voor resultaten en niet voor instellingen of structuren. Wij geloven in innovatie in de welzijnssector. Wij gunnen iedereen een waardige oude dag. Daar hoeft geen toverwerk aan te pas te komen. Creatief denken - en af en toe wat inspiratie opdoen in de tribunes - volstaat.

Gwendolyn Rutten is kabinetschef Algemeen Beleid bij vice-minister-president Dirk Van Mechelen (Open VLD).

terug